Recensie Komodo


The DeVilles’ is een rocktrio uit de Vlaamse Kempen met de wortels stevig geplant in Keerbergen, net op de grens van de Zuiderkempen en Vlaams-Brabant. Blijkbaar hebben ze er goede vaste grond onder de voeten want voor het muziekgenre dat de groep brengt lijkt ons dat een absolute noodzaak te zijn. Het trio werd in 2008 opgericht en bestaat uit zanger en gitarist Daan De Vries, bassist Alexander Laeremans en drummer Evert De Vries, stuk voor stuk kerels die aan de tweede helft van hun ‘twenties’-periode zijn begonnen.

Hun liefde voor garagerock doorspekt met bluesklanken weerklinkt overduidelijk in de twaalf nummers die ‘The DeVilles’ op hun nieuw album “Komodo” hebben geplaatst. Dat album volgt op hun titelloze debuutplaat uit 2013 die door Paul Van Bruystegem, de bassist van ‘Triggerfinger’ werd geproduceerd. Enige vergelijking tussen de muziek van ‘Triggerfinger’ en die van ‘The DeVilles’ zal allicht in menige platenrecensie blijven opduiken, want het gaat per slot van rekening om een gelijkaardig samengesteld trio en om een vrij identieke sound als geproduceerd door Ruben Block en zijn kompanen.

Voor de opnamen van de tracks op het album “Komodo” werd deze keer echter een beroep gedaan op producer Cédric Maes die zich eerder ook al ontfermde over werk van o.a. ‘The Sore Losers’ en ‘El Guapo Stuntteam’ en ook Niels Hendrix (‘Fence’ & ‘Buffoons’) deed zijn duit in het zakje voor het studiowerk. Daarenboven doken er ook enkele gastmuzikanten op met Joeri Wijnants op orgel, Inge Henrotay op fluit en Naomi Sijmons voor extra vrouwelijke vocalen bij enkele tracks.

Indien u graag wat van rust zou willen genieten, dan moeten we u adviseren om het beluisteren van het album “Komodo” van ‘The DeVilles’ nog even uit te stellen, want het risico dat u hierbij in slaap zou dreigen te vallen is onbestaand, vooral omwille van de luide beats en de snoeiharde gitaarklanken en dito zangpartijen. De bluesrock domineert de openingstrack “Red Rusty”, maar daarna wordt er al snel drastisch opgeschoven in de richting van de luidere garagerock met songs als “Empathise”, “Sharper Than A Knife”, “Vinegar”, albumtiteltrack “Komodo”, “Take Me In”, “The Desert Doesn’t Care” en “Joe”.

Lekker vettige rockbeats en een schijnbare ‘recht-voor-de-raap’-sound maken van deze plaat een schijfje dat zich wonderwel thuis zou kunnen voelen in de discotheek van de vele aanhangers van de loeiharde garagerock en de seventies-powersound van bands als ‘Led Zeppelin’, ‘AC/DC’ of ‘Black Sabbath’, kortom fans die in grote getale aanwezig zijn in de Benelux en de ons omringende landen.

(valsam)